 |
Iemand met een persoonsgebonden budget (PGB) kan zélf thuiszorg inkopen
en organiseren. Zo iemand heet dan 'budgethouder'. De budgethouder sluit met
de zorgaanbieders een overeenkomst waarin alle afspraken over de zorg staan.
Het PGB kent voor- en nadelen. Het geeft veel vrijheid, maar het brengt ook
veel geregel met zich mee.
Een voorbeeld
Uw echtgenoot is ziek en krijgt drie ochtenden per week verpleging van de
wijkverpleegkundige van de thuiszorg. De thuiszorg krijgt hiervoor geld vanuit de
AWBZ.
Maar u en uw echtgenoot mogen ook zélf een wijkverpleegkundige aanstellen en betalen.
U kiest dan voor een persoonsgebonden budget. Het PGB geeft u de kans zélf hulp te
organiseren en in te kopen. Welke zorgverlener u inschakelt mag u zelf bepalen.
Omdat u verantwoordelijk bent voor de zorg, zoekt u zelf iemand met verpleegkundige
kwaliteiten. Dit kan iemand zijn die al zorg verleent, maar ook een familielid,
vriend of particulier bureau.
Stoppen kan altijd
Het PGB is niet verplicht, maar een keuze. Wie kiest voor een PGB kan ook weer
stoppen, bijvoorbeeld omdat het in de praktijk toch tegenvalt. Iemand kan dan overstappen
op de zorg die door een instelling wordt gegeven. De instelling heeft daarover afspraken
gemaakt met het zorgkantoor.
Waar komt het geld vandaan?
Het geld voor de zorg komt uit de Algemene wet bijzondere ziektekosten
(AWBZ). Dit is
een volksverzekering voor de extra kosten van zorg als iemand een handicap, ziekte,
psychiatrisch probleem of ouderdomsgebreken heeft.
Zorgovereenkomsten
Wie met een persoonsgebonden budget aan de slag gaat, zoekt zelf de hulpverleners of
bureaus uit die hulp bieden. De budgethouder moet met hen afspraken maken over de zorg
die ze geven en wat ze uitbetaald krijgen. Die afspraken worden vastgelegd in een
zorgovereenkomst die de budgethouder en de zorgverlener ondertekenen. Het zwart uitbetalen
van zorgverleners is met een PGB dus niet mogelijk.
naar boven
|
 |